De Gouden Twijg

Oorsprong gedachtegoed:

`De Gouden Twijg` is een gedachtegoed van Margreet Bijsterveld die haar oorsprong kent in de antroposofie van Rudolf Steiner, de pedagogische visie van Emmi Pikler en geweldloze communicatie van Marshal Rosenberg. Vanuit jarenlange pedagogische ervaring en het combineren van visies is dit gedachtegoed ontstaan.

Gedachtengoed en pedagogische visie

Uitgangspunten:

  • Bij de geboorte is in het kind, in de kiem, alles aanwezig om de individuele ontwikkeling en levensweg aan te gaan.
  • Om deze individuele eigenschappen volledig tot bloei te laten komen, moet men in de eerste belangrijke  levensfase acht slaan op datgene het kind laat zien (vanuit verlangen, begeerte en vreugde)
  • Wanneer het kind de kans krijgt om in zijn verzorging en opvoeding een actieve deelnemer te zijn, vergroot dit zijn gevoel van autonomie en eigenwaarde.
  • De opvoeder erkent hierbij de noodzaak om het leven van het kind zinvol en betrouwbaar te organiseren. Hierbij past een gezond ritme van activiteit, zorg en rust.
  • Zo gauw het kind door middel van communiceren met ons in verbinding treedt, is de kwaliteit van communiceren van sterke invloed op de kwaliteit van leven.
  • Zolang communiceren gericht is op het uitwisselen van wat er in ons leeft, geeft dat mogelijkheden tot diepgaand contact.

Het is onze taak als mede – opvoeder om vanuit deze visie voorwaarden te scheppen waarbij de ontwikkeling van het kind tot volledige bloei kan komen.

Tot deze voorwaarden behoren:

Een betrouwbare relatie

  • vaste leidsters die optimale hechting bieden bij dagelijkse verzorging

`Ik mag lekker lang op schoot bij mijn vaste juffie`

  • veel direct en intensief contact bij de verzorging. lekker de tijd nemen

`mijn juffie speelt en knuffelt met mij bij de verzorging`

  • ritmisch handelen

`voor het eten zingen wij en zeggen wij een spreuk`
`als wij naar buiten gaan maken wij altijd een treintje`

  • herhaling van ritme op de dag, in de week/jaar

` op dinsdag maken wij altijd muziek en dansen we samen`
` bij een nieuw seizoen, krijgen wij altijd een nieuwe seizoenstafel`

  • begrenzing indien nodig

` als ik bots met een ander kindje helpt juffie ons`
` als ik huil,weet juffie of ik honger heb of moe ben van het spelen`

Vrije bewegingsontwikkeling:

  • continue de ruimte hebben om je eigen beweging te maken

`ik kan lekker vrij kruipen in de veilige ruimte`
`nu ik zelf kan zitten heb ik mijn eigen lage stoeltje, dicht bij juffie`

  • zo min mogelijk inbreuk hierop door leidster of materiaal

`als ik draaien wil, dan kan dat, ik kan alle kanten op!`

  • uitdaging om nieuwe bewegingen te veroveren

`er is een spannend labyrint om door of overheen te klimmen`
` midden in de ruimte leer ik zelf op eigen benen te gaan staan`

Kunnen ontdekken, beleven, ervaren en leren:

  • elke dag samen in de kring , vrij spel, creativiteit en de natuur in.

`wij gaan elke dag naar buiten, zon, wind of regen`
`op woensdag bakken wij, ik mag dan altijd mee helpen snijden`

  • levendige ervaringen door zoveel mogelijk natuurlijke materialen

`mijn pop is zacht en warm`
`de houten blokken en de kapla zijn mijn favoriet`

  • biologische voeding

` appels en peren groeien ook in onze tuin, die pluk ik zelf`

Verbindend communiceren:

  • Er is altijd ruimte voor mijzelf en de ander
  • Wij schenken aandacht aan de individuele beleving
  • Goed en fout vervangen wij door anders
  • Straffen en belonen maken plaats voor begrenzing en erkenning